E-commerce

Geschiedenis

De opkomst van electronic commerce begon in de jaren zeventig met
innovaties zoals Electronic Fund Transfers (EFTs). Deze systemen
maakten via een netwerk geld over tussen verschillende rekeningen. De
opkomst van Electronic Data Interchange (EDI), een systeem voor
data-uitwisseling tussen organisaties, zorgde ervoor dat electronic
commerce zich ook uitbreidde naar niet-financiële transacties.
Telecommunicatie-toepassingen, zoals digitale veilingen en
ticketreserveringssystemen, en vergroting van de netwerkcapaciteit,
zorgden ervoor dat electronic commerce in de jaren negentig echt een
factor van belang ging worden voor veel bedrijven.

In eerste instantie zorgde electronic commerce voor de digitale
integratie van processen, zoals het plaatsen van orders en facturering.
In geavanceerdere systemen worden ook producten en actoren
gedigitaliseerd. Denk dan bijvoorbeeld aan digitale producten zoals
e-books en muziek, en aan actoren zoals software agents die voor de
client transacties aangaan.

Verschil tussen e-commerce en e-business

Hoewel er volgens bepaalde auteurs er geen verschil is tussen
e-commerce en e-business, definiëren velen e-business ruimer.
E-business incorporeert volgens hen ook de transacties binnen de
organisatie. E-commerce wordt dan gezien als een onderdeel van
e-business, waarbij de de nadruk veeleer ligt op de zogenaamde
"buy-side" (e-procurement) en de "sell-side".

De term "e-business" is een handelsmerk van IBM en werd door hen
gedefinieerd als: "de transformatie van essentiële bedrijfsprocessen
via internettechnologieën".

In de rest van dit artikel wordt e-business als een synoniem van e-commerce beschoudt.

Typen e-commerce

Traditioneel onderscheidde men de volgende drie vormen van e-commerce.

  1. Business to business (B2B): handel tussen twee bedrijven.
  2. Business to consumer (B2C): handel tussen een bedrijf en een consument.
  3. Business
    to administration (B2A): 'handel' tussen een bedrijf en de overheid.
    Dit wordt ook wel Business to Government (B2G) genoemd.

Tegenwoordig bestaan er echter ook andere varianten, zoals consumer
to consumer. Denk bijvoorbeeld aan marktplaatsen waar consumenten hun
(gebruikte) spullen te koop aanbieden aan andere consumenten. Ook de
werknemers (Employees) worden tegenwoordig in dit model betrokken,
zoals bij B2E, E2E, E2B.

Een andere classificatie is naar de volgende drie verschijningsvormen van electronic commerce.

  1. Elektronische markten: Goederen en diensten worden verhandeld (verkocht en gekocht), zogeheten 'business interactions'.
  2. Interorganisationele
    systemen: Organisaties integreren via een netwerk hun informatie-,
    communicatiestromen en werken op deze manier samen, bijvoorbeeld via
    projectsoftware, groupware en collaboration software.
  3. Customer
    service: het verlenen van service aan klanten op manieren die voor de
    invoering van electronic commerce niet mogelijk waren.

Effecten

Electronic commerce heeft vele gevolgen voor de betrokken partijen.
Hieronder worden er een aantal opgesomd. Voordelen voor bepaalde
partijen kunnen weer nadelen voor andere partijen behelzen.

  • De marktplaats wordt vergroot, vaak zelfs geglobaliseerd.
    Voor ondernemingen betekent dit een groter afzetgebied. Het biedt voor
    ondernemingen ruimte zich te specialiseren in een bepaalde niche-markt
    en zo toch een acceptabele afzet te behouden.
  • De informatiekosten worden verkleind, doordat veel informatie makkelijk digitaal opgeslagen kan worden.
  • De
    communicatiekosten worden verkleind en communicatie verloopt sneller
    via digitale media. Dit effect werd alleen meer vergroot toen het
    Internet steeds meer geschikt werd voor electronic commerce en de
    duurdere value-added networks verdwenen.
  • Voorraden en
    overhead kosten kunnen gereduceerd worden. De snellere communicatie
    maakt de implementatie van just in time-systemen mogelijk.
  • Het
    geeft ruimte voor speciale klantenwensen. Zo had sportschoenenfabrikant
    Nike een website waarop klanten hun eigen schoenen konden ontwerpen.
    Deze werden dan geproduceerd en binnen afzienbare tijd bij de klant
    thuis bezorgd.
  • De tijd tussen het investeren in nieuwe
    producten en de eerste inkomsten uit die producten wordt verkort. Dit
    wordt ook wel return on investment (ROI) genoemd.
  • Via
    digitale applicaties kunnen snel nieuwe handelspartners gevonden
    worden. Bijvoorbeeld door de prijzen van een groot aantal aanbieders op
    een bepaald product te vergelijken. De markt wordt transparanter en
    overzichtelijker, en klanten kunnen dus competitiever handelen.
  • Producten
    worden sneller geleverd, doordat de communicatie sneller verloopt, en
    doordat een aantal nieuwe producten digitaal geleverd kunnen worden.
  • De klant kan snel aanvullende informatie over bepaalde producten opvragen.
  • De klant kan plaatsonafhankelijk consumeren.
  • Achtergestelde gebieden, bijvoorbeeld door logistieke beperkingen, kunnen via electronic commerce toch deels ontsloten worden.

Problemen

Electronic commerce kent nog vele problemen en aandachtsgebieden.

  • Beveiliging;
  • Betrouwbaarheid;
  • Technische capaciteitsbeperkingen;
  • Een overvloed aan standaarden en protocollen waardoor de compatibiliteit tussen systemen soms ver te zoeken is;
  • Integratie van electronic commerce-systemen met legacy systemen;
  • Hoge investeringskosten;
  • Privacy-afwegingen;
  • Juridische kwesties.